image


Toelichting bij enkele begrippen

Mineraal

Een mineraal is een chemische verbinding (of zuiver element) met een bepaalde kristalstructuur en gevormd door natuurlijke geologische processen. Bekende voorbeelden van mineralen zijn kwarts, calciet, dolomiet, malachiet, topaas, ... maar ook zuivere metalen komen als mineraal in de natuur voor zoals koper en goud.
Momenteel (juli 2020) zijn er 5616 mineralen erkend door de International Mineralogical Association (IMA). De actuele lijst kan je downloaden op de IMA-website.

Als de kristallen bij de vorming ruimte hebben om te groeien, zullen ze mooie uiterlijke vormen aannemen met duidelijke kristalvlakken. De symmetrie van deze vormen wordt bepaald door de kristalstructuur. Afhankelijk van de groeiomstandigheden (temperatuur, druk, samenstelling van het mengsel waaruit het kristal groeit) zal de grootte en het aantal vlakken variëren waardoor een zelfde mineraal er heel anders kan uitzien.
Sommige mineralen hebben altijd dezelfde kleur (malachiet : groen, azuriet : blauw), terwijl andere door kleine hoeveelheden onzuiverheden of defecten allerlei kleuren kunnen aannemen. Dat is o.a. het geval voor fluoriet, maar ook voor vele edelstenen die dan een andere variëteitsnaam krijgen terwijl het toch hetzelfde mineraal is. Een voorbeeld daarvan is het mineraal korund (Al-oxide) dat blauw (saffier) of rood (robijn) kan zijn.
Informatie over alle eigenschappen van de mineralen, hun voorkomen en massa's foto's kan je raadplegen op Mindat.

Op de website van de Mineralogische Kring Antwerpen, MKA vind je alle nuttige informatie voor verzamelaars van mineralen.

Edelsteen

Edelstenen zijn mineraal die slijpbaar zijn en o.a. voor juwelen kunnen gebruikt worden. Daarvoor komen in aanmerking mineralen met een hoge hardheid en chemisch stabiel, sterke glans en aantrekkelijke kleur. Voorbeelden zijn de vier klassieke edelstenen : diamant, smaragd, robijn. saffier. maar ook topaas. toermalijn. granaat, ...
Mineralen die te zacht zijn of gemakkelijk splijten kunnen vaak ook wel geslepen worden maar zijn voor juwelen weinig interessant omdat ze te snel beschadigd worden.

Meer over edelstenen vind je op :
Werkgroep edelsteenkunde, MKA
Gemdat.org

Gesteente

Elk gesteente bestaat uit één of meestal een mengeling van verschillende mineralen. De kristallen zijn bij de vorming van een compact gesteente tegen elkaar gegroeid in onregelmatige korrels zodat de kristalvlakken niet te herkennen zijn. Enkel in holten en spleten zullen zich duidelijke kristallen kunnen vormen.

Al naargelang de vorming spreken we van :
  • stollingsgesteente gevormd door afkoelend magma van vulkanisme. Als de afkoeling op grote diepte gebeurt, hebben we een dieptegesteente, vb graniet dat in hoofdzaak bestaat uit kwarts, veldspaat en mica, terwijl uitvloeiende lava o.a. leidt tot de vorming van basalt.
  • sedimentgesteente : verharding van sedimenten (zand, klei) tot een nieuw gesteente.
  • metamorfe gesteente : door herkristallisatie ten gevolge van druk en temperatuur worden gesteenten omgezet vb van klei naar leisteen en verder naar schist, of kalksteen naar marmer.

Grind

Grind is afbraakmateriaal door erosie van gesteeente met een korrelgrootte tussen 2 en 63 mm.

Meer over grind vind je op :
Natuurinformatie - Grind in Nederland

Zand

Verwering door water, vorst en wind breekt de gesteenten af. Het erosie-materiaal wordt door rivieren, gletschers en wind afgevoerd en elders aangerijkt. Als de korrelgrootte tussen 0.063 mm en 2 mm ligt spreekt men van zand. De samenstelling varieert al naargelang het oorspronkelijk gesteente en de menging tijdens het transport. Buiten de mineralogische samenstelling bevatten de zanden ook materiaal van biologische oorsprong (vergane resten van bladeren, hout, insecten etc). Dat is vooral het geval in de bovenste lagen (humus).

Meer over zand vind je op :
GEA - zand
Kijk eens omlaag : Zand uit alle windstreken
Strandzand

Zavel

Zavel (of grofzand, kiezelzand) is een menging van zand en klei. Het bevat kleine deeltjes van mineraal materiaal (lutum) met afmetingen kleiner dan 0,002 mm. Bij een lutumpercentage tussen 8% en 12% spreken we van zeer lichte zavel, bij een lutumpercentage tussen 12% en 17,5% matig lichte zavel en bij lutumpercentage tussen 17,5% en 25% zware zavel. Bij lutumpercentages groter dan 25% spreekt men van klei.

Leem

Leem is een mengsel van klei, silt en zand, met relatief veel deeltjes met een grootte van 0,002 mm tot 0,063 mm.

Klei

Klei is afzettingsmateriaal (sediment) dat bestaat uit minstens 25% lutum deeltjes kleiner dan 0,002 mm. Al naargelang het percentage heeft men lichte, matig zware of zware klei. Zoals zand zal de samenstelling variëren al naargelang de oorsprong van het verweerde materiaal. De lutum deeltjes zijn kleine plaatjes van een groep 'kleimineralen' o.a. : illiet, smectiet, kaoliniet. Een bekend bestanddeel is zeker talk,

Klei is de grondstof voor steen- en pottenbakkerijen.
Zie : Baksteenfabricage.



image image image